ECLI:NL:HR:2007:BB6008

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 oktober 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C06/042HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt veroordeling tot betaling restantsaldo rekening-courant tuinbouwcoöperatie

The Greenery B.V., een tuinbouwcoöperatie, vorderde betaling van een restantsaldo van de rekening-courantverhouding van een voormalig lid, eiser, die dit betwistte. De rechtbank veroordeelde eiser tot betaling van een bedrag van €17.533,54. Het gerechtshof bekrachtigde dit vonnis bij arrest van 3 november 2005.

Eiser stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad heeft het beroep onderzocht en geoordeeld dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden. Er was geen aanleiding om rechtsvragen te beantwoorden die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde eiser in de kosten van het geding in cassatie. Hiermee bleef de veroordeling tot betaling van het restantsaldo ongewijzigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot betaling van het restantsaldo blijft in stand.

Uitspraak

19 oktober 2007
Eerste Kamer
Nr. C06/042HR
MK/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens,
t e g e n
THE GREENERY B.V. (voorheen genaamd THE GREENERY INTERNATIONAL B.V.),
gevestigd te 's-Gravenhage,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. G. Snijders.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en The Greenery.
1. Het geding in feitelijke instanties
The Greenery heeft bij exploot van 11 mei 2000 [eiser] gedagvaard voor de rechtbank te 's-Gravenhage en gevorderd, kort gezegd, [eiser] te veroordelen om aan The Greenery te betalen een bedrag van ƒ 38.638,83, met rente en kosten.
[Eiser] heeft de vordering bestreden.
De rechtbank heeft bij vonnis van 28 augustus 2002 [eiser] veroordeeld tot betaling aan The Greenery van € 17.533,54.
Tegen dit vonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij arrest van 3 november 2005 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
The Greenery heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor The Greenery mede door mr. K. Teuben, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van The Greenery heeft bij brief van 5 juli 2007 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van The Greenery begroot op € 596,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.D.H. Asser op 19 oktober 2007.