ECLI:NL:PHR:2007:BB6008
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Geschil over incasso restantsaldo rekening-courant tussen tuinbouwcoöperatie en voormalig lid
Deze zaak betreft een geschil tussen een tuinbouwcoöperatie en een voormalig lid over de incasso van het restantsaldo van een rekening-courantverhouding. Het voormalig lid had zijn lidmaatschap opgezegd en The Greenery, waarin de coöperatie haar afzetorganisatie had ondergebracht, vorderde betaling van het openstaande saldo. De rechtbank en het hof oordeelden dat er sprake was van een rekening-courantverhouding en wezen de vordering toe.
Het voormalig lid stelde zich op het standpunt dat geen rekening-courantverhouding bestond en dat hij tijdig had geprotesteerd tegen de vorderingen, met name de kosten van verpakkingsmateriaal (fust). Deze verweren werden door het hof onvoldoende onderbouwd geacht en verworpen. Het hof stelde vast dat de vorderingen en schulden tussen partijen in één rekening werden opgenomen en periodiek werden vereffend, conform artikel 6:140 BW Pro.
In cassatie werden motieven aangevoerd tegen het oordeel van het hof, waaronder dat het hof ten onrechte het bestaan van een rekening-courantverhouding had aangenomen en dat het hof onvoldoende had gemotiveerd dat het saldo vaststaat door het uitblijven van tijdig protest. De Hoge Raad verwierp deze klachten en bevestigde dat het saldo vaststaat omdat het voormalig lid niet tijdig en voldoende onderbouwd heeft geprotesteerd. De vordering van The Greenery werd daarmee bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van het voormalig lid wordt verworpen en de vordering tot betaling van het restantsaldo wordt bevestigd.