ECLI:NL:HR:2007:BB7094
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
De Hoge Raad behandelt het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin hij werd veroordeeld voor zware mishandeling en bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht. Het hof had een gevangenisstraf van dertig weken opgelegd, waarvan vijftien weken voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
De verdachte stelde dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM was overschreden in de cassatiefase. De Hoge Raad bevestigt dat het beroep in cassatie op 4 januari 2006 werd ingesteld en de stukken pas op 9 november 2006 binnenkwamen, waardoor de redelijke termijn werd overschreden.
Op advies van de Advocaat-Generaal vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof uitsluitend wat betreft de strafoplegging en vermindert de gevangenisstraf tot 29 weken, waarvan 15 weken voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Het beroep wordt voor het overige verworpen. Er is geen aanleiding tot verdere vernietiging of beantwoording van andere rechtsvragen.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot 29 weken, waarvan 15 weken voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.