ECLI:NL:HR:2007:BB7173
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- P.C. Kop
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep kind wegens verstrijken termijn uithuisplaatsing
In deze zaak betrof het een verzoekster, een minderjarig kind, dat onder toezicht werd gesteld door de Stichting Bureau Jeugdzorg Utrecht. De kinderrechter had op grond van een indicatiebesluit machtiging verleend tot uithuisplaatsing in een justitiële jeugdinrichting voor een bepaalde termijn.
De verzoekster stelde hoger beroep in tegen de beschikkingen van 26 april en 4 mei 2007, waarin de machtiging tot uithuisplaatsing werd verleend en bekrachtigd. Het gerechtshof verklaarde haar echter niet-ontvankelijk in het hoger beroep en bekrachtigde de beschikking.
Vervolgens stelde de verzoekster beroep in cassatie in tegen deze beslissing. De Advocaat-Generaal adviseerde om het cassatieberoep niet-ontvankelijk te verklaren omdat de termijn van de uithuisplaatsing inmiddels was verstreken, waardoor het belang bij cassatie was komen te vervallen.
De Hoge Raad volgde dit advies en verklaarde het cassatieberoep van de verzoekster niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van belang bij vernietiging van de beschikking. De beslissing werd genomen door de vice-president en vier raadsheren, en in het openbaar uitgesproken op 14 december 2007.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van belang na het verstrijken van de termijn van uithuisplaatsing.