ECLI:NL:HR:2007:BB7650
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- F.B. Bakels
- C.A. Streefkerk
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Cassatie niet-ontvankelijk wegens berusting in vernietiging huwelijkse voorwaarden en echtscheidingsconvenant
Deze zaak betreft een cassatieberoep van eiseres tegen een arrest van het gerechtshof dat haar vorderingen tot vernietiging van huwelijkse voorwaarden, echtscheidingsconvenant en verdelingsakte afwees. Eiseres stelde dat zij had gedwaald en dat er sprake was van bedrog door haar ex-partner over de omvang van de huwelijksgoederengemeenschap.
De rechtbank verklaarde eiseres niet-ontvankelijk wegens verjaring op grond van artikel 3:200 BW Pro. Het hof bevestigde dit oordeel en wees ook de subsidiaire vordering tot schadevergoeding wegens onrechtmatige daad af. Na het overlijden van betrokkene werd de procedure voortgezet door diens rechtsopvolgster.
Eiseres stelde in cassatie dat een recente rechtsontwikkeling (arrest van 19 januari 2007) haar alsnog ontvankelijk moest maken. De Hoge Raad oordeelde echter dat zij in een brief had berust in het arrest van het hof en dat het genoemde arrest geen nieuwe rechtsregel bevatte die haar situatie wijzigde.
Daarom verklaarde de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk en veroordeelde eiseres in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens berusting in het arrest van het hof.