ECLI:NL:HR:2007:BB9235

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 december 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
R07/039HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:377f BWArt. 8 EVRMArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen omgangsrecht tussen biologische ouder en geadopteerd kind zonder nauwe persoonlijke betrekking

De zaak betreft een verzoek van de biologische moeder en een man tot het vaststellen van een omgangsregeling met de minderjarige geadopteerde kinderen, alsmede een informatie- en consultatieplicht voor de adoptiefouders. De rechtbank verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk en het gerechtshof bekrachtigde deze beslissing.

De biologische moeder en de man stelden beroep in cassatie in tegen deze uitspraken. De Hoge Raad oordeelde dat het ontbreken van een nauwe persoonlijke betrekking tussen de biologische ouder en het geadopteerde kind uitsluit dat er een omgangsrecht kan worden toegekend op grond van art. 1:377f lid 1 BW. Tevens werd geoordeeld dat het weigeren van omgangsrecht geen schending vormt van het recht op family life zoals beschermd door art. 8 EVRM Pro.

De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee de eerdere beslissingen van rechtbank en hof. De uitspraak onderstreept het belang van een bestaande nauwe persoonlijke betrekking voor het toekennen van omgangsrecht aan biologische ouders na adoptie.

Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat er geen omgangsrecht bestaat zonder nauwe persoonlijke betrekking tussen biologische ouder en geadopteerd kind.

Uitspraak

21 december 2007
Eerste Kamer
Rek.nr. R07/039HR
MK/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
1. [Verzoekster 1],
2. [Verzoeker 2],
beiden wonende te [woonplaats],
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
1. [Verweerder 1],
2. [Verweerster 2],
beiden wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: mr. E.C.M. Hurkens.
Verzoekster onder 1 zal hierna worden aangeduid als de biologische moeder, verzoeker onder 2 als de man, verweerder onder 1 als de adoptiefvader en verweerster onder 2 als de adoptiefmoeder. Verweerders zullen hierna gezamenlijk ook worden aangeduid als de adoptiefouders.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 7 november 2005 ter griffie van de rechtbank 's-Gravenhage ingediend verzoekschrift hebben de biologische moeder en de man zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd, primair een omgangsregeling tussen hen en de minderjarigen [kind 1] en [kind 2] (hierna: de minderjarigen) vast te stellen, een informatie- en consultatieplicht voor de adoptiefouders inzake gewichtige aangelegenheden met betrekking tot de persoon van de minderjarigen vast te stellen en te bepalen dat de adoptiefouders tenminste éénmaal per kwartaal een recente en goed gelijkende kleurenfoto van de minderjarigen naar de biologische moeder en de man zullen opsturen, alsmede een verslag omtrent de ontwikkelingen van de minderjarigen. Subsidiair hebben de biologische moeder en de man verzocht eenzelfde omgangsregeling vast te stellen tussen de biologische moeder en de minderjarigen en eenzelfde informatie- en consultatieplicht ten behoeve van de biologische moeder vast te stellen.
De adoptiefouders hebben het verzoek bestreden.
De rechtbank heeft bij beschikking van 17 februari 2006 de biologische moeder en de man niet-ontvankelijk verklaard in hun verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling, alsmede in hun verzoek tot vaststelling van een informatie- en consultatieregeling.
Tegen deze beschikking hebben de biologische moeder en de man hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij beschikking van 29 november 2006 heeft het hof de bestreden beschikking bekrachtigd.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof hebben de biologische moeder en de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De adoptiefouders hebben verzocht de man niet-ontvankelijk te verklaren, althans het verzoek te verwerpen en het cassatieberoep van de biologische moeder te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 21 december 2007.