ECLI:NL:HR:2007:BB9608

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 december 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
R07/042HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging gezamenlijke gezagsregeling over minderjarige na verzoek moeder tot alleenouderschap

De moeder heeft bij de rechtbank Utrecht verzocht om alleen het ouderlijk gezag over het minderjarige kind toe te kennen. De vader heeft dit verzoek bestreden. De rechtbank wees het verzoek van de moeder toe, waarna de vader hoger beroep instelde bij het gerechtshof Amsterdam. Het hof bekrachtigde de beschikking van de rechtbank. Vervolgens stelde de vader beroep in cassatie in tegen het oordeel van het hof.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de vader verworpen. De klachten van de vader konden niet leiden tot cassatie en behoefden geen nadere motivering, aangezien zij geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De beschikking van het hof, die het verzoek van de moeder tot alleenouderschap bevestigde, blijft daarmee in stand. De uitspraak werd gedaan door de raadsheren P.C. Kop, F.B. Bakels en W.D.H. Asser en in het openbaar uitgesproken door raadsheer E.J. Numann op 7 december 2007.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de vader wordt verworpen en de beschikking die de moeder alleen het ouderlijk gezag toekent blijft in stand.

Uitspraak

7 december 2007
Eerste Kamer
Rek.nr. R07/042HR
RM/IS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De vader],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. A.L.Chr.M. Oomen,
t e g e n
[De moeder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J. Groen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vader en de moeder.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 13 augustus 2004 ter griffie van de rechtbank Utrecht ingediend verzoekschrift heeft de moeder zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd, te bepalen dat zij voortaan alleen wordt belast met het ouderlijk gezag over het minderjarige kind van partijen (hierna: [het kind]).
De vader heeft het verzoek bestreden.
De rechtbank heeft bij beschikking van 15 februari 2006 het verzoek van de moeder toegewezen.
Tegen deze beschikking heeft de vader hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Bij beschikking van 30 november 2006 heeft het hof de beschikking waarvan beroep bekrachtigd.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de vader beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De moeder heeft bij verweerschrift verzocht de vader niet te ontvangen in zijn verzoekschrift althans dat ongegrond te verklaren.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 7 december 2007.