ECLI:NL:HR:2007:BB9663

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 december 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/11753
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 lid 3 FaillissementswetArt. 81 ROArt. 6 EVRM
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt faillietverklaring ondanks betwisting vorderingsrecht schuldeiser

In deze zaak heeft de rechtbank 's-Gravenhage verzoeker in staat van faillissement verklaard op verzoek van de curator van Uitzendbureau Europe 2100 B.V. Verzoeker stelde zich hiertegen te weer en ging in hoger beroep bij het gerechtshof te 's-Gravenhage, dat het vonnis van de rechtbank bekrachtigde.

Vervolgens stelde verzoeker beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat het verzoek tot faillietverklaring geen strafrechtelijke procedure is en dat het bestaan van het vorderingsrecht van de schuldeiser niet in rechte hoeft te worden vastgesteld, maar dat volstaat dat het summierlijk is gebleken.

De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep zonder nadere motivering, omdat de aangevoerde klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het arrest bevestigt de rechtspraak omtrent de beoordeling van faillissementsverzoeken en het toepasselijke procesrecht.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de faillietverklaring blijft in stand.

Uitspraak

21 december 2007
Eerste Kamer
Nr. 07/11753
RM/MK
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. W. Römelingh,
t e g e n
Mr. J.M. VAN REMUNDT, in haar hoedanigheid van curator in het faillissement van Uitzendbureau Europe 2100 B.V.,
kantoorhoudende te Rijswijk,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en mr. Van Remundt q.q.
1. Het geding in feitelijke instanties
Bij vonnis van 20 juli 2007 heeft de rechtbank 's-Gravenhage, op verzoek van mr. Van Remundt q.q., [verzoeker] in staat van faillissement verklaard, met benoeming van een rechter-commissaris en met aanstelling van een curator.
Tegen dit vonnis heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij arrest van 18 september 2007 heeft het hof het bestreden vonnis bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
Bij brief van 30 oktober 2007 heeft mr. Van Remundt q.q. bericht zich te refereren aan het oordeel van de Hoge Raad.
De advocaat van [verzoeker] heeft de zaak mondeling toegelicht ter zitting van 16 november 2007.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, E.J. Numann en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 21 december 2007.