ECLI:NL:HR:2008:AY9439
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- E.N. Punt
- J.A.C.A. Overgaauw
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad stelt prejudiciële vraag over recht op aftrek btw bij intracommunautaire verwerving
Belanghebbende, een in Nederland gevestigde handelaar in computerapparatuur, kreeg een naheffingsaanslag en boete opgelegd wegens btw-verplichtingen over intracommunautaire verwervingen van goederen uit andere lidstaten. Na bezwaar en beroep oordeelde het Hof dat belanghebbende recht had op aftrek van de btw en vernietigde de boetebeschikking.
De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak. De kern van het geschil betreft de uitleg van artikel 28 ter Pro, A, lid 2, van de Zesde richtlijn en de vraag of de bijzondere regeling daarin het recht op aftrek van btw uitsluit in de lidstaat van registratie van de belastingplichtige.
De Hoge Raad concludeert dat het recht op aftrek een fundamenteel beginsel is binnen het btw-stelsel en dat de regeling in artikel 28 ter Pro, A, lid 2, mogelijk een uitzondering daarop vormt. Daarom legt de Hoge Raad prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen om duidelijkheid te verschaffen over de uitleg van de relevante artikelen van de Zesde richtlijn.
Totdat het Hof van Justitie uitspraak doet, schorst de Hoge Raad de procedure en houdt verdere beslissing aan.
Uitkomst: De Hoge Raad schorst de procedure en legt prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie over het recht op aftrek van btw bij intracommunautaire verwervingen.