ECLI:NL:PHR:2008:AY9439
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van aftrek en teruggaaf van BTW bij intracommunautaire verwervingen in ABC-transacties
In deze zaak staat centraal of de correctie op de BTW-aangifte van een ondernemer terecht is opgelegd en of de daarbij opgelegde boete terecht is. De ondernemer verrichtte ABC-transacties waarbij goederen rechtstreeks van de leverancier naar de eindafnemer in een andere lidstaat werden vervoerd, terwijl de ondernemer in Nederland was geregistreerd voor de BTW.
Het Hof oordeelde dat de ondernemer recht heeft op aftrek van de BTW die in Nederland is geheven, ondanks dat de teruggaafregeling van artikel 30 Wet Pro OB een alternatieve regeling biedt. Het Hof stelde dat de teruggaafregeling niet in de plaats treedt van het algemene aftrekrecht, maar slechts voorkomt dat dubbele aftrek en teruggaaf plaatsvinden.
De Staatssecretaris stelde in cassatie dat de teruggaafregeling wel de aftrek uitsluit, omdat anders het controlekarakter van de regeling verloren gaat. De Advocaat-Generaal concludeert dat de teruggaafregeling inderdaad bedoeld is als vervanging van het aftrekrecht, maar dat een richtlijnconforme uitleg vereist dat aftrek mogelijk blijft zolang geen teruggaaf is verkregen. Ook oordeelt hij dat het Hof ten onrechte niet heeft geoordeeld over de subsidiaire stelling van grove schuld voor de boete en adviseert de zaak voor de boete te verwijzen naar een ander hof.
Uitkomst: De Hoge Raad concludeert dat aftrek van BTW mogelijk blijft tenzij daadwerkelijk teruggaaf is verkregen en adviseert de zaak betreffende de boete terug te verwijzen.