ECLI:NL:HR:2008:AZ1780
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt volledige AOW-compensatie in tijdelijk overbruggingspensioen bij DGA
In deze zaak stond centraal of bij de bepaling van het tijdelijk overbruggingspensioen (TOP) de daarin begrepen AOW-compensatie kan worden gesteld op het volledige bedrag van de AOW-uitkering of beperkt moet worden tot het tijdsevenredige deel dat in het ouderdomspensioen is ingebouwd. De Inspecteur had geoordeeld dat de pensioenregeling van belanghebbende, een directeur-grootaandeelhouder (DGA), geen pensioenregeling in de zin van de Wet op de loonbelasting was. De Rechtbank stelde belanghebbende in het gelijk en oordeelde dat de AOW-compensatie in het TOP het volledige bedrag van de AOW-uitkering mag omvatten.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën. Uit de wetsgeschiedenis en de toelichting op het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 volgt dat het overbruggingspensioen in tien jaar volledig kan worden opgebouwd en dat de AOW-compensatie in het TOP moet worden afgestemd op het bedrag dat in het ouderdomspensioen is ingebouwd, maar niet beperkt mag worden tot een tijdsevenredig deel daarvan.
De Hoge Raad benadrukte dat artikel 10c, letter e, van het Uitvoeringsbesluit niet beoogt af te wijken van het tijdsevenredige karakter van de AOW-inbouw in het ouderdomspensioen en dat de regeling conform de aanbeveling van de Commissie Witteveen moet worden uitgelegd. De Staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van de Staatssecretaris van Financiën wordt ongegrond verklaard en de volledige AOW-compensatie in het tijdelijk overbruggingspensioen wordt bevestigd.