ECLI:NL:HR:2008:AZ6924
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- L. Monné
- C.J.J. van Maanen
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortzetting gemeenschappelijke huishouding bij opname verzorgingshuis voor successierechten
Belanghebbende voerde sinds 1963 een gemeenschappelijke huishouding met erflaatster en haar echtgenoot. Na het overlijden van de echtgenoot in 1988 woonden erflaatster, belanghebbende en diens echtgenote samen. Erflaatster leed aan multiple sclerose en werd in 1993 opgenomen in een verzorgingstehuis, waarna de gezamenlijke woning werd verkocht.
De kern van het geschil betrof de vraag of de gemeenschappelijke huishouding ondanks opname van erflaatster in het verzorgingstehuis voortduurde tot haar overlijden in 2001, wat bepalend was voor de tariefgroep in de successierechten. Het Hof oordeelde dat de huishouding niet voortduurde vanwege de verslechterde gezondheid, opname in het verzorgingstehuis, verkoop van de woning en verhuizing van belanghebbende.
Belanghebbende stelde dat de gedragingen van de betrokkenen gericht waren op voortzetting van de huishouding. De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof dat de gedragingen onvoldoende bewijs boden voor de wil tot hervatting van het samenwonen. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard, waarmee de aanslag successierechten volgens tariefgroep III gehandhaafd bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de gemeenschappelijke huishouding is geëindigd, waardoor tariefgroep III van toepassing is.