ECLI:NL:HR:2008:AZ8429
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verzoekt prejudiciële beslissing over heffing BPM bij huurauto uit andere lidstaat
Belanghebbende, woonachtig in Nederland, gebruikte een in België gehuurde auto hoofdzakelijk in Nederland zonder dat BPM was voldaan. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag BPM en een boete op, welke door het Hof werden bevestigd. Belanghebbende stelde dat de heffing in strijd was met het vrij verrichten van diensten zoals neergelegd in artikel 49 EG Pro.
De Hoge Raad constateerde dat de Nederlandse BPM-regeling geen rekening houdt met de duur van het gebruik van het voertuig in Nederland, wat volgens het Hof van Justitie een belemmering kan vormen voor het vrij verrichten van diensten. De Hoge Raad verwees naar eerdere arresten waarin werd geoordeeld dat een belastingheffing op een in een andere lidstaat geregistreerd voertuig dat slechts tijdelijk in Nederland wordt gebruikt, in strijd kan zijn met het EG-Verdrag.
Daarentegen is heffing toegestaan indien het voertuig hoofdzakelijk bestemd is voor duurzaam gebruik in Nederland. De Hoge Raad stelde vast dat onduidelijkheid bestaat over de toepassing van deze criteria bij langdurige huur van een voertuig uit een andere lidstaat, en besloot daarom prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie.
Het geding werd geschorst totdat het Hof van Justitie uitspraak doet over de vraag of de BPM-heffing zonder rekening te houden met de duur van het gebruik in Nederland verenigbaar is met het EG-Verdrag en het evenredigheidsbeginsel.
Uitkomst: Hoge Raad schorst het geding en verzoekt het Hof van Justitie om prejudiciële beslissing over de BPM-heffing bij huurauto uit andere lidstaat.