ECLI:NL:HR:2008:BA9224
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verliesverrekening en heffingskorting volksverzekeringen bij buitenlandse werknemer
Belanghebbende, werkzaam bij een buitenlandse werkgever A, is vrijgesteld van Nederlandse inkomstenbelasting over zijn inkomen uit deze werkzaamheden. In cassatie betwist hij het niet verlenen van heffingskorting voor de volksverzekeringen en het niet verrekenen van een resterend verlies uit 1993 met zijn Box 3-inkomen in 2001.
De Advocaat-Generaal richt zich in zijn conclusie uitsluitend op het tweede geschilpunt, omdat het eerste reeds is behandeld in een eerder arrest van de Hoge Raad. De weigering van verliesverrekening is gebaseerd op onderdeel W van de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001. De A-G bespreekt de achtergrond van deze bepaling en onderzoekt of deze beperking in strijd is met artikel 1, 1e Protocol EVRM.
De conclusie is dat er geen reden is om van de wettekst af te wijken, aangezien de wetgever bewust heeft gekozen voor deze regeling en deze binnen zijn beoordelingsmarge valt. Ook het beroep op disproportionaliteit en schending van ongeschreven rechtsbeginselen wordt verworpen. De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en publiceert de uitspraak niet.
Uitkomst: Cassatieberoep ongegrond verklaard inzake verliesverrekening en heffingskorting volksverzekeringen.