ECLI:NL:HR:2008:BB4742
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Afschrijvingsrecht op opstallen bij economische eigendom en kostprijsbepaling
Belanghebbende en zijn broer zijn ieder voor de helft eigenaar van aandelen in Beheer B.V., die op haar beurt alle aandelen houdt in B B.V. De broers zijn tevens directeuren en maten in een maatschap die onroerende zaken verhuurt aan B B.V. De economische eigendom van de opstallen werd door Beheer B.V. overgedragen aan de broers voor een bedrag van f 1.085.000.
In geschil stond of belanghebbende op de opstallen mocht afschrijven op grond van artikel 35 Wet Pro IB 1964. Het hof oordeelde dat dit niet mogelijk was omdat de overeenkomst geen praktische betekenis had en Beheer B.V. nooit de economische eigendom had gehad. De A-G stelde echter dat belanghebbende als economisch eigenaar wel degelijk mocht afschrijven.
De discussie spitste zich toe op de vraag welke kostprijs als grondslag voor de afschrijving geldt. Belanghebbende stelde het bedrag van f 1.085.000, onderbouwd met een niet-bestreden taxatierapport. Het hof vond dat dit bedrag niet als grondslag kon dienen omdat de overeenkomst geen betekenis had.
De A-G vond dat het hof belanghebbende eerst had moeten laten reageren op de hoogte van de afschrijvingen in het scenario dat de overeenkomst geen praktische betekenis heeft. Omdat dit niet was gebeurd, werden de klachten gegrond verklaard en het beroep gegrond verklaard. De uitspraak werd niet gepubliceerd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt gegrond verklaard vanwege onvoldoende procesmogelijkheid omtrent afschrijvingsgrondslag.