ECLI:NL:PHR:2008:BB4742
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling afschrijvingsrecht op opstallen bij economische eigendom en grondgebruik
Belanghebbende en zijn broer zijn gezamenlijk eigenaar van aandelen in Beheer B.V., die op haar beurt alle aandelen houdt in B B.V., exploitant van een caravanverkoopbedrijf op een bedrijfscomplex. De broers zijn tevens eigenaar van de grond en opstallen, waaronder showrooms en een werkplaats, die door B B.V. worden gebruikt. Een overeenkomst uit 1998 betreft de overdracht van de economische eigendom van de opstallen van Beheer B.V. aan de broers voor ƒ 1.085.000. Het hof oordeelde dat deze overeenkomst geen praktische betekenis heeft omdat niet is gebleken dat Beheer B.V. ooit de economische eigendom had, en wees afschrijving op de opstallen af.
De Procureur-Generaal stelt dat het hof ten onrechte aan de overeenkomst geen praktische betekenis toekent en dat de broers als juridisch en economisch eigenaar wel degelijk op de opstallen kunnen afschrijven. De kostprijs van de opstallen is gesteld op het genoemde bedrag, onderbouwd met een niet bestreden taxatierapport. Het hof had belanghebbende moeten vragen zich uit te laten over de afschrijvingsgrondslag in het scenario dat de overeenkomst geen betekenis heeft.
De Hoge Raad concludeert dat het hof onzorgvuldig heeft gehandeld door belanghebbende deze gelegenheid te onthouden, vernietigt het hofarrest en verwijst de zaak voor nader feitelijk onderzoek terug. Hiermee wordt bevestigd dat afschrijving op opstallen mogelijk is indien de economische eigendom bij de broers berust, mits de afschrijvingsgrondslag voldoende is vastgesteld.
Uitkomst: Het hofarrest wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nader onderzoek naar de afschrijvingsgrondslag van de opstallen.