ECLI:NL:HR:2008:BB4745

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 augustus 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
43524
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 35 lid 2 Wet op de inkomstenbelasting 1964Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep tegen aanslag inkomstenbelasting 1998 wegens betekenisloze koopovereenkomst

Belanghebbende kreeg voor het jaar 1998 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd, die na bezwaar door de inspecteur werd gehandhaafd. Het Gerechtshof te 's-Gravenhage verklaarde het tegen deze uitspraak ingestelde beroep ongegrond. Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Advocaat-Generaal concludeerde tot gegrondverklaring van het cassatieberoep, vernietiging van het hofarrest en verwijzing van de zaak voor nader feitelijk onderzoek. De Hoge Raad oordeelde echter dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en verklaarde het beroep ongegrond zonder nadere motivering, mede gelet op artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad vond geen gronden voor een veroordeling in de proceskosten en bevestigde daarmee het oordeel van het hof. De kern van de zaak betrof de vraag of afschrijving toegestaan was, waarbij de koopovereenkomst volgens de Hoge Raad geen betekenis had, zodat de aanslag terecht was opgelegd.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het hofarrest bevestigd, waardoor de aanslag inkomstenbelasting 1998 blijft gehandhaafd.

Uitspraak

Nr. 43.524
8 augustus 2008
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van X2 te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 18 juli 2006, nr. BK-04/01606, betreffende een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
1. Het geding in feitelijke instantie
Aan belanghebbende is voor het jaar 1998 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.
Het Hof heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Minister van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
De Advocaat-Generaal J.A.C.A. Overgaauw heeft op 23 augustus 2007 geconcludeerd tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de uitspraak van het Hof en verwijzing van de zaak voor nader feitelijk onderzoek.
3. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.W. van den Berge als voorzitter, en de raadsheren L. Monné, C.J.J. van Maanen, C. Schaap en A.H.T. Heisterkamp, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 8 augustus 2008.