ECLI:NL:HR:2008:BB7083
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- W.A.M. van Schendel
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onjuiste maatstaf bij afwijzing verzoek getuigenverhoor in hoger beroep
In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor medeplegen van schuldwitwassen. Het hof had de verdachte veroordeeld tot een taakstraf en verbeurdverklaring van goederen. Tijdens het hoger beroep verzocht de verdediging om het horen van vijf getuigen, waarvan er slechts één in eerste aanleg was gehoord. Dit verzoek werd door het hof afgewezen met de motivering dat het horen van deze getuigen niet noodzakelijk was.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof bij de afwijzing van het verzoek ten onrechte het criterium van noodzakelijkheid heeft gehanteerd, terwijl het juiste toetsingskader is dat het verzoek slechts kan worden afgewezen indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de verdachte door het niet horen van de getuigen niet in zijn verdediging wordt geschaad. Dit volgt uit de toepasselijke wetsartikelen (oud art. 287 lid 3 onder Pro a en art. 288 lid 1 sub c Sv Pro).
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam voor een nieuwe beoordeling van het hoger beroep, waarbij het verzoek tot het horen van getuigen opnieuw moet worden gewogen volgens de juiste maatstaf.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling van het hoger beroep.