ECLI:NL:HR:2008:BB7195
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid tot buitengerechtelijke ontbinding bij wederzijdse tekortkomingen in koopwoningovereenkomst
In deze zaak stond centraal of de verkoper van een woning de koopovereenkomst buitengerechtelijk mocht ontbinden nadat de koper niet tot transport was verschenen en geen toereikende financiering had. De koper beriep zich op een opschortingsrecht wegens het niet ontruimd en onverhuurd opleveren van de woning door de verkoper.
De voorzieningenrechter en het hof wezen de vorderingen van de koper af, omdat deze zich niet tijdig op het opschortingsrecht had beroepen en de verkoper derhalve terecht ontbinding had ingeroepen. De Hoge Raad overwoog dat het beroep op opschorting ook ná ontbinding kan worden gedaan, maar dat dit in casu niet tot cassatie leidt.
Belangrijk is dat de Hoge Raad vaststelt dat bij wederzijdse tekortkomingen waarbij geen van beide partijen op het beslissende moment kon nakomen, beide partijen bevoegd zijn tot ontbinding. Dit betekent dat het niet uitmaakt wie het eerst tekortschiet, omdat de regeling in Boek 6 BW niet voorziet in een oplossing voor dit 'gelijk oversteken'-scenario.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de buitengerechtelijke ontbinding door de verkoper rechtmatig was, ondanks dat ook zij niet aan haar leveringsverplichting kon voldoen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de rechtsgeldigheid van de buitengerechtelijke ontbinding door de verkoper ondanks wederzijdse tekortkomingen.