ECLI:NL:HR:2008:BB8106

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 januari 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C06/265HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing schadevergoeding wegens bedrog bij koop grond na verzwijging bebouwingsmogelijkheden

In deze zaak staat een geschil centraal tussen koper en verkoper van een stuk grond over de vraag of er sprake is van bedrog door verzwijging van de mogelijkheid tot bebouwing, en of daardoor schadevergoeding verschuldigd is.

De eiseres vorderde bij de rechtbank een verklaring voor recht dat de verweerders onrechtmatig hadden gehandeld en aansprakelijk waren voor de door haar geleden schade. De rechtbank wees de vorderingen af. In hoger beroep werd het vonnis van de rechtbank grotendeels bekrachtigd, behoudens de proceskostenveroordeling.

De eiseres stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en verwierp het beroep zonder nadere motivering, aangezien geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

De eiseres werd veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Hiermee kwam een einde aan het geschil over de vermeende onrechtmatigheid en schadevergoeding wegens bedrog bij de koop van het perceel grond.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en haar vorderingen afgewezen.

Uitspraak

25 januari 2008
Eerste Kamer
Nr. C06/265HR
MK/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
1. [Verweerder 1],
wonende te [woonplaats],
2. [Verweerder 2],
wonende te [woonplaats],
3. DE GEMEENTE OIRSCHOT,
zetelende te Oirschot,
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: mr. G. Snijders,
4. [Verweerder 4],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerder] c.s., verweerders in cassatie ook afzonderlijk als [verweerder 1], [verweerder 2], de Gemeente en [verweerder 4].
1. Het geding in feitelijke instanties
[Eiseres] heeft bij exploot van 20 mei 1999 [verweerder] c.s. gedagvaard voor de rechtbank 's-Hertogenbosch en gevorderd, kort gezegd, na wijziging van eis, te verklaren voor recht dat [verweerder] c.s. zowel gezamenlijk als ieder voor zich jegens [eiseres] en haar echtgenoot [betrokkene 1] onrechtmatig hebben gehandeld, alsmede dat [verweerder] c.s. aansprakelijk zijn voor de door [eiseres] tengevolge van dat onrechtmatig handelen geleden schade en nog te lijden schade en [verweerder] c.s. te veroordelen om aan [eiseres] te betalen kosten, schaden en interessen, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, met rente en kosten.
[Verweerder] c.s. hebben de vordering bestreden.
De rechtbank heeft bij vonnis van 8 mei 2002 de vorderingen van [eiseres] afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Na tussenarresten van 10 februari 2004 en 13 september 2005 heeft het hof bij eindarrest van 7 februari 2006 het vonnis van de rechtbank vernietigd, doch uitsluitend voorzover het de proceskostenveroordeling betreft, en het vonnis van de rechtbank voor het overige bekrachtigd.
De tussenarresten en het eindarrest van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen deze arresten van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder 1], [verweerder 2] en de Gemeente hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep. Tegen [verweerder 4] is verstek verleend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder 1], [verweerder 2] en de Gemeente begroot op € 367,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, en aan de zijde van [verweerder 4] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 25 januari 2008.