ECLI:NL:HR:2008:BB8622
Hoge Raad
- Cassatie
- P.C. Kop
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid hoger beroep in wijziging kinderalimentatie
De vader verzocht bij de rechtbank Amsterdam om de alimentatieverplichting voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige kinderen uit het huwelijk met de moeder met ingang van 1 februari 2005 op nihil te stellen. De rechtbank wijzigde de beschikking en stelde de alimentatie per 25 januari 2006 op nihil.
De moeder stelde hiertegen hoger beroep in bij het gerechtshof Amsterdam, dat haar hoger beroep niet-ontvankelijk verklaarde voor zover het gericht was tegen het herstel van de beschikking van 25 januari 2006. De moeder stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de moeder niet tot cassatie konden leiden en verwees naar artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie, waarbij geen nadere motivering nodig was omdat er geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling speelden. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep van de moeder.