ECLI:NL:HR:2008:BB8949

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 juni 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C07/102HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt verbod op misleidende laagste kostengarantie in telecomreclame

KPN Telecom B.V. heeft Pretium Telecom B.V. gedagvaard wegens misleidende reclame omtrent een 'Laagste kostengarantie'. KPN vorderde onder meer een verbod op het openbaar maken van deze garantie en soortgelijke mededelingen, alsmede op uitlatingen die de goede naam van KPN zouden schaden.

De voorzieningenrechter verbood Pretium de garantie als 'Laagste kostengarantie' te presenteren en stelde een dwangsom in. Pretium ging in hoger beroep, waarbij het hof het verbod deels beperkte door de formulering aan te passen, maar het verbod grotendeels handhaafde.

KPN stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van KPN niet tot cassatie konden leiden en verwierp het beroep. Tevens veroordeelde de Hoge Raad KPN in de proceskosten van Pretium.

Deze uitspraak bevestigt het belang van het verbod op misleidende reclame en de bescherming van concurrenten tegen onjuiste kostenclaims in de telecomsector.

Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het verbod op de laagste kostengarantie van Pretium.

Uitspraak

13 juni 2008
Eerste Kamer
Nr. C07/102HR
IV/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
KPN TELECOM B.V. (thans geheten KPN B.V.),
gevestigd te 's-Gravenhage,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
PRETIUM TELECOM B.V.,
gevestigd te Haarlem,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. W.E. Pors.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als KPN en Pretium.
1. Het geding in feitelijke instanties
KPN heeft bij exploot van 23 augustus 2005 Pretium gedagvaard voor de voorzieningenrechter van de rechtbank Haarlem en gevorderd, kort gezegd, om Pretium:
te verbieden haar Laagste kosten garantie dan wel mededelingen of suggesties van gelijke aard of strekking, in enigerlei vorm of op enigerlei wijze openbaar te (doen) maken;
te verbieden mededelingen te (laten) doen of suggesties te (laten) wekken dat KPN eindgebruikers ongewenst zou beschakelen, danwel mededelingen of suggesties van gelijke aard of strekking, in enigerlei vorm of op enigerlei wijze, openbaar te (doen) maken;
te verbieden (andere) mededelingen die de goede naam van KPN schaden, alsmede kleinerende uitlatingen over de goederen, diensten en activiteiten van KPN, in enigerlei vorm of op enigerlei wijze, openbaar te (doen) maken;
en daaraan een dwangsom te verbinden.
Pretium heeft de vorderingen bestreden en harerzijds (deels voorwaardelijk) reconventie ingesteld.
De voorzieningenrechter heeft bij vonnis van respectievelijk 6 oktober 2005, verbeterd bij vonnis van 13 oktober 2005, in conventie als volgt beslist (voor zover thans van belang):
7.4. Verbiedt Pretium vanaf de betekening van dit vonnis de garantie als bedoeld in artikel 7 van Pro haar algemene voorwaarden openbaar te maken als "Laagste kostengarantie", alsmede mededelingen van gelijke aard of strekking te doen die een absolute superioriteitsclaim van Pretium inzake kosten inhouden.
7.5. Bepaalt dat Pretium een dwangsom verbeurt van € 25.000,- voor iedere dag dat zij in gebreke mocht blijven aan de veroordelingen c.q. het verbod onder (...) 7.4. te voldoen, zulks tot een maximum van € 500.000,-.
Tegen dit vonnis heeft Pretium hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. KPN heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.
Bij arrest van 1 februari 2007 heeft het hof het vonnis van de voorzieningenrechter in conventie vernietigd, voor zover in de beslissing in 7.4 is bepaald: "alsmede mededelingen van gelijke aard of strekking te doen die een absolute prioriteitsclaim van Pretium inzake kosten inhouden" en voor het overige het vonnis van de voorzieningenrechter bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft KPN beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Pretium heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt KPN in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Pretium begroot op € 371,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 13 juni 2008.