ECLI:NL:HR:2008:BC0261
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- E.J. Numann
- A. Hammerstein
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over gebondenheid Bureau Jeugdzorg aan omgangsregeling tussen moeder en minderjarig kind
De moeder vorderde bij de rechtbank Alkmaar dat Bureau Jeugdzorg (BJZ) medewerking zou verlenen aan een door de rechtbank vastgestelde omgangsregeling met haar minderjarige zoon, die onder toezicht van BJZ stond. De voorzieningenrechter wees deze vordering toe, maar het hof Amsterdam vernietigde dit vonnis en wees de vordering af. Het hof oordeelde dat BJZ niet gebonden was aan de beschikking van de rechtbank en geen verplichtingen jegens de moeder had.
De Hoge Raad stelt dat het hof een onjuiste rechtsopvatting heeft gehanteerd door te oordelen dat BJZ niet gebonden was aan de beschikking van 16 november 2005. BJZ had bezwaar kunnen maken tegen de aan haar opgelegde verplichtingen in hoger beroep, maar heeft dit niet gedaan. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar het hof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling.
De zaak betreft een complexe omgangsregeling waarbij BJZ als gezinsvoogd een rol speelt in de begeleiding van het contact tussen moeder en zoon. De Hoge Raad benadrukt de rechtspositie van BJZ en de noodzaak van een juiste procedurele behandeling van haar bezwaren. Tevens veroordeelt de Hoge Raad BJZ in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof Amsterdam en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling, waarbij BJZ wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.