ECLI:NL:HR:2008:BC0826
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep wegens onvoldoende gronden tegen bewijswaardering getuigenverklaring
In deze strafzaak heeft de verdachte cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Het hof had een getuigenverklaring als bewijs gebruikt, ondanks dat in appel tegen deze verklaring was geageerd. De verdachte stelde dat het hof zijn oordeel nader had moeten motiveren in het licht van de bezwaren tegen de verklaring.
De Hoge Raad oordeelt dat het beroep niet ontvankelijk is omdat de middelen onvoldoende zijn onderbouwd conform artikel 359, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Voorts is het hof niet gehouden om zijn bewijswaardering nader te motiveren wanneer de aangevoerde bezwaren niet uitdrukkelijk en gemotiveerd zijn aangevoerd.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding om het arrest van het hof ambtshalve te vernietigen en verwerpt het beroep. Hiermee blijft het arrest van het hof ongewijzigd in stand, waarmee de strafzaak definitief is beslecht.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.