Naar het oordeel van het hof is in het kader van de analyse van genoemde bescheiden en andere bij het Bureau Heffingen reeds bekende gegevens geen sprake van opsporings-activiteiten, maar van de uitoefening van controlebevoegdheden, waarvoor een redelijk vermoeden van schuld aan enig strafbaar feit niet vereist is.
Naar het oordeel van het hof moet worden aangenomen dat eerst op grond van bedoelde analyse (controle) een redelijk vermoeden is ontstaan, dat een strafbaar feit gepleegd is. Het hof verwijst hiervoor naar het als bijlage 1 bij genoemd proces-verbaal gevoegde afschrift van een extern bedrijfscontrolerapport van de AID d.d. 8 januari 2004, met bijlagen, waaruit - bezien in samenhang met het dossier - volgt dat aan [A] B.V. (zijnde het bedrijf van de verdachte) door het Bureau Heffingen twee mestnummers zijn verstrekt, te weten 111064198 (locatie [plaats A]) en 111070015 (locatie [plaats B]) en dat bij de analyse van de aan- en afvoergegevens van beide mestnummers is opgevallen:
- dat intermediair [betrokkene 1] in de periode van 19 maart 2000 tot en met 11 april 2000 op mestnummer 111064198 (locatie [plaats A]) een elftal vrachten pluimveemest heeft opgehaald;
- dat steeds op of rond dezelfde data en tijdstippen door [A] B.V. zelf (dat wil zeggen, naar het hof begrijpt, zonder tussenkomst van een intermediair) vanaf mestnummer 111070015 (locatie [plaats B]) hoeveelheden mest werden geëxporteerd naar [B] Gmbh in Duitsland;
- dat telkens met betrekking tot de mest die door [betrokkene 1] op het bedrijf van de verdachte is opgehaald een afleveringsbewijs is opgemaakt, waarop onder meer het netto gewicht van de afgevoerde mest is ingevuld;
- dat telkens hetzelfde netto gewicht als hiervoor bedoeld is ingevuld op het afleveringsbewijs betreffende de mest die op dezelfde datum door [A] B.V. is geëxporteerd;
- dat op de corresponderende afleveringsbewijzen tevens het vol en ledig gewicht van de bij die mest-transporten gebruikte vrachtwagencombinatie en het kenteken daarvan
([AA-BB-00]), welke eigendom is van [betrokkene 1], hetzelfde is.
Het hof acht op grond van het vorenstaande aannemelijk dat bij de controle van de mestboek-houding van het bedrijf van de verdachte het vermoeden is ontstaan dat sprake is van valselijk opgemaakte afleveringsbewijzen, omdat het nu eenmaal niet goed mogelijk lijkt dat de vrachtwagencombinatie met het kenteken [AA-BB-00] pluimveemest laadt op de locatie [plaats A] ten behoeve van de intermediair [betrokkene 1] en dat diezelfde vrachtwagencombinatie vrijwel tezelfdertijd een exact even grote hoeveelheid mest laadt op de locatie [plaats B], die door het bedrijf van de verdachte zelf wordt geëxporteerd naar Duitsland.
Het hof ziet in het gegeven dat, naar aanleiding van de bevindingen in het kader van de analyse van de mestboekhouding van het bedrijf van de verdachte, deze als zodanig wordt aangemerkt en dat een strafvorderlijk onderzoek tegen hem wordt geëntameerd, niets laakbaars, zodat het verweer faalt".