ECLI:NL:HR:2008:BC1843

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 maart 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C06/290HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing vordering schadevergoeding bij aandelentransactie

De zaak betreft een geschil tussen een adviseur tot herstructurering van ondernemingen en zijn voormalige opdrachtgever, Stichting ABAB, over de vergoeding van koopsomschade bij een aandelentransactie. De adviseur vorderde primair betaling van een bedrag van €287.709,49 en subsidiair een schadevergoeding op te maken bij staat.

De rechtbank Breda wees de vorderingen af, en het gerechtshof te 's-Hertogenbosch bekrachtigde dit vonnis bij arrest. Vervolgens stelde de adviseur beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof.

De Hoge Raad oordeelt dat de in het middel aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering niet nodig is omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten. Het beroep wordt verworpen en de adviseur wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vordering tot schadevergoeding afgewezen.

Uitspraak

21 maart 2008
Eerste Kamer
Nr. C06/290HR
IV/AG
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. J Brandt,
t e g e n
Stichting ABAB,
gevestigd te Tilburg,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaten: mr. R.S. Meijer en mr. E.M. Tjon-En-Fa.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en ABAB.
1. Het geding in feitelijke instanties
[Eiser] heeft bij exploot van 21 februari 2003 ABAB gedagvaard voor de rechtbank Breda en primair gevorderd, kort gezegd ABAB te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 287.709,49, subsidiair heeft [eiser] gevorderd ABAB te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding op te maken bij staat.
ABAB heeft de vorderingen bestreden.
De rechtbank heeft bij vonnis van 18 februari 2004 de vorderingen afgewezen.
Tegen dit vonnis van de rechtbank heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Bij arrest van 16 mei 2006 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
ABAB heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 22 januari 2008 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ABAB begroot op € 5.905,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A. Hammerstein en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 21 maart 2008.