ECLI:NL:HR:2008:BC2161

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 januari 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
R07/113HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens nieuwe schulden bevestigd

De rechtbank Utrecht sprak op 20 september 2005 de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van verzoeker, met benoeming van een rechter-commissaris en bewindvoerder. Op 2 april 2007 beëindigde de rechtbank, op verzoek van de bewindvoerder en op advies van de rechter-commissaris, de toepassing van de regeling wegens het ontstaan van nieuwe schulden.

Verzoeker stelde hiertegen hoger beroep in bij het gerechtshof te Amsterdam, dat op 4 juni 2007 het vonnis van de rechtbank bekrachtigde. Vervolgens stelde verzoeker beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal adviseerde het beroep te verwerpen.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten geen cassatiegronden opleveren en dat geen nadere motivering nodig is omdat de klachten niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand bleef.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens nieuwe schulden.

Uitspraak

18 januari 2008
Eerste Kamer
Rek.nr. R07/113HR
MK/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen.
Verzoeker tot cassatie zal hierna worden aangeduid als [verzoeker].
1. Het geding in feitelijke instanties
De rechtbank Utrecht heeft bij vonnis van 20 september 2005 de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling ten aanzien van [verzoeker] uitgesproken, met benoeming van een rechter-commissaris en een bewindvoerder.
Bij vonnis van 2 april 2007 heeft de rechtbank, op verzoek van de bewindvoerder en op advies van de rechter-commissaris, de toepassing van de schuldsaneringsregeling ten aanzien van [verzoeker] beëindigd.
Tegen dit vonnis heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam, nevenzittingsplaats Arnhem.
Bij arrest van 4 juni 2007 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 18 januari 2008.