ECLI:NL:PHR:2008:BC2161
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens het laten ontstaan van nieuwe schulden
De rechtbank Utrecht sprak op 20 september 2005 de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van verzoeker, met benoeming van een rechter-commissaris en bewindvoerder.
Na herhaalde schriftelijke aanwijzingen van de bewindvoerder liet verzoeker nieuwe schulden ontstaan tot een bedrag van circa €2.685,77. Tevens gebruikte hij ontvangen bijzondere bijstand voor herinrichtingskosten niet voor dat doel, maar voor de ziekenhuisopname van zijn echtgenote in Marokko, waardoor de gemeente Utrecht de bijstand terugvorderde en een nieuwe schuld ontstond.
De rechtbank beëindigde daarom op 2 april 2007 de toepassing van de schuldsaneringsregeling. Het gerechtshof Amsterdam bekrachtigde dit vonnis bij arrest van 4 juni 2007, waarbij het hof oordeelde dat verzoeker een ernstig verwijt treft wegens het ontstaan van nieuwe schulden en het misbruik van bijzondere bijstand.
Verzoeker ging in cassatie tegen het arrest, maar de Hoge Raad verwierp alle klachten. De Hoge Raad stelde vast dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling gerechtvaardigd was vanwege het laten ontstaan van nieuwe schulden en het ernstige verwijt dat verzoeker treft. Ook het ontbreken van alternatieven en het niet onherroepelijk zijn van het terugvorderingsbesluit stonden tussentijdse beëindiging niet in de weg.
De cassatie werd verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens het laten ontstaan van nieuwe schulden.