ECLI:NL:HR:2008:BC2565
Hoge Raad
- Cassatie
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- J.A.C.A. Overgaauw
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid voor loonbelasting bij inlening personeel volgens Invorderingswet 1990
Belanghebbende, een schildersbedrijf, werd aansprakelijk gesteld voor loonbelasting die A Limited, een in het Verenigd Koninkrijk gevestigde vennootschap, verschuldigd was wegens het ter beschikking stellen van werknemers. De Ontvanger stelde belanghebbende aansprakelijk op grond van artikel 49 van Pro de Invorderingswet 1990. Na bezwaar handhaafde de Ontvanger de beschikking, maar verminderde het bedrag ambtshalve.
Het Gerechtshof verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en vernietigde de uitspraak van de Ontvanger, waarna het verminderde bedrag werd gehandhaafd. Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad toetste de zaak en oordeelde dat de terbeschikkingstelling van werknemers door A aan belanghebbende kwalificeert als inlening van personeel in de zin van artikel 34 van Pro de Invorderingswet 1990.
Daarnaast stelde de Hoge Raad vast dat het feit dat schone verklaringen over het betalingsgedrag van A waren afgegeven terwijl het onderzoek al twee jaar liep, niet aan de aansprakelijkheid van belanghebbende in de weg staat. De klachten van belanghebbende faalden, en het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aansprakelijkstelling voor loonbelasting wordt bevestigd.