ECLI:NL:PHR:2008:BC2565
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over zorgplicht ontvanger en betekenis verklaringen betalingsgedrag bij inlenersaansprakelijkheid
Belanghebbende, een schildersbedrijf, leende werknemers in van A Limited, een in het Verenigd Koninkrijk gevestigde onderneming. Na een boekenonderzoek bij A stelde de Inspecteur naheffingsaanslagen vast wegens niet-betaalde loonbelasting en premies. De ontvanger stelde belanghebbende aansprakelijk voor deze bedragen op grond van artikel 34 Invorderingswet Pro 1990 (inlenersaansprakelijkheid).
Belanghebbende voerde aan dat de ontvanger onzorgvuldig was door 'schone' verklaringen inzake het betalingsgedrag af te geven terwijl het onderzoek bij A al geruime tijd liep en er aanwijzingen waren van fraude. Het hof verwierp dit verweer, stellende dat belanghebbende zich had kunnen vrijwaren door betalingen op een geblokkeerde rekening te doen, maar dat zij dit niet had gedaan.
De Hoge Raad stelt dat het hof een onjuiste rechtsopvatting hanteerde door het algemene voorbehoud in de verklaringen te accepteren als vrijwaring voor onzorgvuldig handelen van de ontvanger. De ontvanger moet zorgvuldig omgaan met het afgeven van verklaringen, en zodra er een vermoeden van fraude is, moet hij dit met redelijke spoed melden zodat geen onjuiste verklaringen worden afgegeven. De Hoge Raad verwijst de zaak terug voor nader onderzoek naar het moment waarop het vermoeden ontstond en of belanghebbende daadwerkelijk op de verklaringen heeft vertrouwd en daardoor geen maatregelen heeft genomen om aansprakelijkheid te voorkomen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en verwijst de zaak terug voor nader onderzoek naar het moment van het vermoeden van fraude en de mate van vertrouwen van belanghebbende in de verklaringen.