ECLI:NL:HR:2008:BC3718
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- L. Monné
- C.J.J. van Maanen
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- Rechtspraak.nl
Periodiek uitbetaald vakantiegeld behoort tot het loonbegrip WVA
Belanghebbende kreeg naheffingsaanslagen loonbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd over de jaren 1997 tot 2002, inclusief verhogingen en boeten. Na bezwaar en beroep bij het hof werd het beroep gegrond verklaard, waarbij naheffingsaanslagen werden verminderd en boeten deels kwijtgescholden.
De Hoge Raad overweegt dat periodiek uitbetaald vakantiegeld onder het loonbegrip van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie volksverzekeringen (WVA) valt. De wetstekst en strekking bieden geen grond om dit buiten het loonbegrip te houden, ook niet als vakantiegeld periodiek wordt uitbetaald.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het vertrouwensbeginsel niet geldt, terwijl belanghebbende stelde dat hij door mededelingen van de Belastingdienst en het ministerie vertrouwen had gekregen dat vakantietoeslag niet tot het loon zou behoren.
Ook is het hof ten onrechte uitgegaan van grove schuld van belanghebbende zonder te onderzoeken of deze schuld niet alleen aan zijn gemachtigde kan worden toegerekend. De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en verwijst de zaak terug voor nieuwe beoordeling met inachtneming van deze punten.
Ten slotte constateert de Hoge Raad een overschrijding van de redelijke termijn in de cassatieprocedure en wijst het hof aan om bij de verdere behandeling hiermee rekening te houden. De Staat wordt veroordeeld in de proceskosten van cassatie.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt hofuitspraak en verwijst zaak terug voor hernieuwde beoordeling met inachtneming van loonbegrip vakantiegeld, vertrouwensbeginsel en grove schuld.