ECLI:NL:GHARN:2008:BH0060
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt geen vertrouwen in uitsluiting vakantiegeld van toetsloon WVA
Belanghebbende kreeg naheffingsaanslagen opgelegd voor de jaren 1997 tot en met 2002 inzake loonbelasting en premie volksverzekeringen, inclusief verhogingen en boetes. Na bezwaar en beroep bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch werd het geschil deels gegrond verklaard, waarna de Hoge Raad het geding terug verwees naar het Gerechtshof Arnhem.
Het geschil spitste zich toe op de vraag of de Inspecteur tijdens het startersbezoek het vertrouwen had gewekt dat vakantiegeld niet tot het toetsloon als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (WVA) behoorde. Belanghebbende stelde dat dit vertrouwen bestond, mede op basis van de Handleiding 1997 en een brochure van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Het Hof oordeelde dat het startersbezoek een beperkt onderzoek betrof zonder expliciete beoordeling van vakantiegeld in relatie tot het toetsloon. Belanghebbende had deze kwestie ook niet aan de orde gesteld. De Handleiding en brochure boden slechts algemene voorlichting en geen toezeggingen of goedkeuringen voor specifieke situaties. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen sprake was van schade door onjuiste voorlichting.
De verhoging werd vernietigd en de boetes werden vernietigd, maar de naheffingsaanslagen werden gehandhaafd. Het Hof veroordeelde de Inspecteur tot vergoeding van proceskosten aan belanghebbende. De uitspraak bevestigt dat algemene voorlichting niet zonder meer vertrouwen wekt over specifieke fiscale berekeningen.
Uitkomst: De naheffingsaanslagen worden gehandhaafd, de verhoging en boetes vernietigd en de Inspecteur veroordeeld tot proceskostenvergoeding.