ECLI:NL:HR:2008:BC3792
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- A.J.A. van Dorst
- W.A.M. van Schendel
- W.M.E. Thomassen
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Vermindering taakstraf en vervangende hechtenis wegens termijnoverschrijding in strafzaak wegenverkeerswet en vernieling
De verdachte werd door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld voor overtreding van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 in verband met een ongeval waarbij lichamelijk letsel werd toegebracht, en voor opzettelijke vernieling van eigendom van een ander. Het hof legde een voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden op, een taakstraf van 200 uren, vervangende hechtenis van 100 dagen en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor 24 maanden.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest. Eén van zijn klachten was dat het hof volstond met een verkort proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep, hetgeen volgens hem in strijd was met een eerlijk proces. De Hoge Raad oordeelde dat deze klacht feitelijke grondslag ontbeerde en verwierp deze.
Een tweede middel betrof de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro tijdens de cassatiefase. De Hoge Raad stelde vast dat de termijn was overschreden en dat dit moest leiden tot strafvermindering. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest uitsluitend voor wat betreft het aantal uren taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis, en stelde deze respectievelijk vast op 180 uren en 90 dagen.
De overige onderdelen van het arrest werden bevestigd. De uitspraak werd gedaan door de Strafkamer van de Hoge Raad op 26 februari 2008.
Uitkomst: Taakstraf verminderd tot 180 uren en vervangende hechtenis tot 90 dagen wegens termijnoverschrijding, overige strafbevelen bevestigd.