ECLI:NL:PHR:2008:BC3792
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens verkeersongeval met lichamelijk letsel en opzettelijke beschadiging van eigendom
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam, zitting houdend te Arnhem, waarbij verzoeker is veroordeeld wegens overtreding van artikel 6 Wegenverkeerswet Pro 1994 in verband met een ongeval waarbij lichamelijk letsel werd toegebracht, en wegens opzettelijke beschadiging van andermans goed. De opgelegde straf bestond uit een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden met een proeftijd van twee jaar en een taakstraf van 200 uur.
Het cassatieberoep richt zich onder meer op het vermeende onvolledige proces-verbaal van de terechtzitting van het hof, waarbij de griffieraantekeningen zoek waren geraakt. Het hof had een aanvullend stuk opgesteld als vervanging van deze aantekeningen, dat door de voorzitter was vastgesteld. De verdediging voerde aan dat hierdoor niet adequaat kon worden nagegaan of alle standpunten van partijen zijn vastgelegd, wat een substantieel vormverzuim zou opleveren.
De Hoge Raad oordeelt dat het aanvullende proces-verbaal, samen met het verkorte proces-verbaal en de bestreden uitspraak, voldoende inzicht geeft in het verloop van de terechtzitting en de standpunten van partijen. Het middel faalt daarom. Wel wordt geoordeeld dat de stukken te laat aan de Hoge Raad zijn toegezonden, waardoor de redelijke termijn is overschreden. Dit leidt tot een gedeeltelijke gegrondverklaring van het cassatieberoep en een strafvermindering.
De Hoge Raad vernietigt de bestreden uitspraak uitsluitend voor zover het de strafoplegging betreft, vermindert de opgelegde straf en verwerpt het beroep voor het overige.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de strafoplegging wegens overschrijding redelijke termijn en vermindert de straf, verwerpt het beroep voor het overige.