ECLI:NL:HR:2008:BC4284
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- A.J.A. van Dorst
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging radardetectorverbod niet in strijd met artikel 10 EVRM
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld wegens het bezit van een radarontvangstapparaat in zijn voertuig. Verdachte voerde aan dat het radardetectorverbod in strijd was met artikel 10 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), dat het recht op vrije meningsuiting en informatievergaring beschermt.
De Hoge Raad overwoog dat de elektromagnetische golven die door radarontvangstapparaten worden opgevangen geen inlichtingen of denkbeelden bevatten zoals bedoeld in artikel 10 EVRM Pro. Het verbod is bovendien voorzien bij wet en noodzakelijk in een democratische samenleving ter bescherming van de openbare veiligheid, in het bijzonder de verkeersveiligheid.
Het hof had het verweer van verdachte terecht verworpen en de Hoge Raad bevestigt deze beoordeling. Het beroep in cassatie wordt verworpen en de veroordeling tot een geldboete wordt gehandhaafd.
Deze uitspraak onderstreept de afweging tussen individuele rechten en het belang van verkeersveiligheid, waarbij het gebruik van radardetectoren niet valt onder de bescherming van het recht op vrije meningsuiting.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling wegens overtreding van het radardetectorverbod wordt bekrachtigd.