ECLI:NL:PHR:2008:BC4284
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Radardetectieverbod niet in strijd met artikel 10 EVRM
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een veroordeling wegens overtreding van het radardetectieverbod, neergelegd in artikel 5.1.6 van het Voertuigreglement en artikel 71 van Pro de Wegenverkeerswet 1994. Verdachte stelde dat het verbod in strijd is met artikel 10 EVRM Pro, omdat het ontvangen van radargolven zou vallen onder het recht op vrije meningsuiting en informatieontvangst.
De Hoge Raad overweegt dat radargolven geen informatie of denkbeelden bevatten zoals bedoeld in artikel 10 EVRM Pro, omdat deze signalen geen kennis of gedachten overbrengen en niet bedoeld zijn om gedeeld te worden met weggebruikers. Het verbod is voorzien bij wet, toegankelijk en voorzienbaar, en noodzakelijk in het belang van de verkeersveiligheid om de effectiviteit van snelheidscontroles te waarborgen.
De Raad wijst ook op de jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens, die bevestigt dat het recht op informatieontvangst alleen geldt voor informatie die anderen willen delen. Verder zou een bredere interpretatie van artikel 10 EVRM Pro tot ongewenste gevolgen leiden, zoals bescherming van het onderscheppen van vertrouwelijke communicatie.
Het middel faalt en het beroep wordt verworpen. De veroordeling van verdachte tot een geldboete en verbeurdverklaring van de radarverklikker blijft in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot geldboete en verbeurdverklaring blijft in stand.