ECLI:NL:HR:2008:BC4970
Hoge Raad
- Cassatie
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- C.A. Streefkerk
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Cassatie over incasso van aan bank gecedeerde vorderingen en rechtsverwerking
De zaak betreft een incasso van aan ABN AMRO Bank N.V. gecedeerde vorderingen door Stichting Administratiekantoor Westland Industries (WI). De Bank vorderde betaling van een bedrag van ƒ 141.950,56 plus rente en kosten. WI betwistte de vordering en stelde een incidentele vordering tot oproeping in vrijwaring in, welke werd afgewezen.
Na verschillende vonnissen en tussenvonnissen werd WI bij eindvonnis veroordeeld tot betaling van ƒ 119.848,42 met rente en kosten. Zowel WI als de Bank gingen in hoger beroep, waarbij het hof het hoger beroep van WI deels niet-ontvankelijk verklaarde en het eindvonnis deels vernietigde. Het hof veroordeelde WI tot betaling van € 10.029,51 tegen bewijs van kwijting en bekrachtigde het overige.
WI stelde beroep in cassatie tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en verwierp het beroep. WI werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding. De uitspraak bevestigt de veroordeling van WI tot betaling aan de Bank van de gecedeerde vorderingen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van WI en bevestigt de veroordeling tot betaling aan de Bank.