ECLI:NL:HR:2008:BC5423

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 februari 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C06/305HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt aansprakelijkheid waterschap voor schade tulpenbollen door falend peilbeheer

In deze zaak vorderen twee tulpenkwekers schadevergoeding van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier wegens schade aan hun tulpenbollen veroorzaakt door falend peilbeheer. De rechtbank veroordeelde het waterschap tot betaling van een deel van de gevorderde schade. Het hof vernietigde het vonnis voor zover de vorderingen voor 25% waren afgewezen en veroordeelde het waterschap tot betaling van een deel van de schadevergoeding.

Het Hoogheemraadschap stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelt dat de klachten van het waterschap niet leiden tot cassatie en verwerpt het beroep. De Hoge Raad bevestigt daarmee de aansprakelijkheid van het waterschap voor de schade aan de tulpenbollen.

De Hoge Raad veroordeelt het Hoogheemraadschap tevens in de kosten van het geding in cassatie. De uitspraak draagt bij aan de jurisprudentie omtrent overheidsaansprakelijkheid en de zorgplicht van waterschappen bij peilbeheer.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de aansprakelijkheid van het waterschap voor de schade aan tulpenbollen.

Uitspraak

29 februari 2008
Eerste Kamer
Nr. C06/305HR
RM/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
de publiekrechtelijke rechtspersoon HOOGHEEMRAADSCHAP HOLLANDS NOORDERKWARTIER (voorheen Waterschap Westfriesland),
gevestigd te Purmerend,
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. A.E.H. van der Voort Maarschalk,
t e g e n
1. [Verweerster 1],
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [Verweerster 2],
gevestigd te [vestigingsplaats], en haar beide vennoten
3. [Verweerder 3],
wonende te [woonplaats],
4. [Verweerder 4],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: aanvankelijk mr. T.F.E. Tjong Tjin Tai, thans mr. M.W. Scheltema.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Hoogheemraadschap, [verweerster 1 en 2].
1. Het geding in feitelijke instanties
[Verweerster 1 en 2] hebben bij exploot van 2 februari 1998 de rechtsvoorganger van Hoogheemraadschap, Waterschap Westfriesland, gedagvaard voor de rechtbank te Alkmaar en gevorderd, kort gezegd, Waterschap Westfriesland te veroordelen tot betaling van ƒ 324.000,-- (€ 147.024,79) aan [verweerster 1] en van ƒ 60.000,-- (€ 27.226,81) aan [verweerster 2], met rente en kosten.
Waterschap Westfriesland heeft de vordering bestreden.
Na diverse tussenvonnissen te hebben gewezen, heeft de rechtbank bij eindvonnis van 3 maart 2004 Waterschap Westfriesland veroordeeld aan [verweerster 1] € 110.268,59 en aan [verweerster 2] € 20.420,11 te betalen. Het meer of anders gevorderde heeft de rechtbank afgewezen.
Tegen de vonnissen van de rechtbank heeft Hoogheemraadschap hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. [Verweerster 1 en 2] hebben incidenteel hoger beroep ingesteld.
Bij arrest van 6 juli 2006 heeft het hof de tussenvonnissen van de rechtbank bekrachtigd en het eindvonnis van de rechtbank vernietigd voorzover de vorderingen van [verweerster 1 en 2] voor 25% zijn afgewezen. In zoverre opnieuw rechtdoende heeft het hof Hoogheemraadschap veroordeeld aan [verweerster 1] € 36.756,20 en aan [verweerster 2] € 6.806,70 te betalen. Het hof heeft voorts het eindvonnis voor het overige bekrachtigd en het meer of anders gevorderde afgewezen.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft Hoogheemraadschap beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerster 1 en 2] hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van Waterschap Westfriesland heeft bij brief van 4 januari 2008 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Hoogheemraadschap in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster 1 en 2] begroot op € 5.301,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A. Hammerstein en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 29 februari 2008.