ECLI:NL:HR:2008:BC6548
Hoge Raad
- Cassatie
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Beoordeling maximale geldigheidsduur eerste voorwaardelijke machtiging psychiatrisch ziekenhuis
De officier van justitie verzocht de rechtbank Zwolle-Lelystad om een voorwaardelijke machtiging tot opname van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis. De rechtbank verleende op 6 december 2007 een voorlopige machtiging met een geldigheidsduur van één jaar. Betrokkene stelde beroep in cassatie tegen deze beschikking. De Advocaat-Generaal adviseerde de Hoge Raad de beschikking te vernietigen voor zover de geldigheidsduur op één jaar was gesteld en deze te beperken tot zes maanden, conform art. 14c lid 1 van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz).
De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de geldigheidsduur van de eerste voorwaardelijke machtiging op één jaar had gesteld, terwijl de wet een maximale duur van zes maanden voorschrijft. De Hoge Raad vernietigde daarom dit onderdeel van de beschikking en bepaalde zelf dat de machtiging geldig is tot uiterlijk zes maanden na de dagtekening van de beschikking, namelijk tot 6 juni 2008.
De Hoge Raad stelde vast dat de maximale duur van zes maanden in dit geval gerechtvaardigd en wenselijk was, zodat de zaak niet hoefde te worden terugverwezen. Hiermee werd de rechtszekerheid gediend en werd voldaan aan de wettelijke voorschriften omtrent de duur van voorwaardelijke machtigingen in het kader van de Wet Bopz.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking voor zover de geldigheidsduur op één jaar is gesteld en bepaalt de geldigheidsduur op zes maanden.