ECLI:NL:HR:2008:BC6627

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 april 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
R07/094HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 350 lid 3 FaillissementswetArt. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens verzwijging door schuldenaar

De rechtbank Utrecht heeft op voordracht van de rechter-commissaris de schuldsaneringsregeling van verzoeker beëindigd op grond van artikel 350 lid 3 sub c van Pro de Faillissementswet wegens verzwijging van detenties op de toelatingszitting. Verzoeker stelde hiertegen hoger beroep in bij het gerechtshof Amsterdam, dat het vonnis van de rechtbank bekrachtigde.

Verzoeker stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Het arrest van de Hoge Raad van 25 april 2008 bevestigt daarmee de beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens verzwijging door de schuldenaar, waarmee de schuldsaneringsregeling definitief wordt stopgezet.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens verzwijging.

Uitspraak

25 april 2008
Eerste Kamer
Rek.nr. R07/094HR
IV/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen.
Verzoeker tot cassatie zal hierna worden aangeduid als [verzoeker].
1. Het geding in feitelijke instanties
De rechtbank Utrecht heeft bij vonnis van 26 februari 2007 op voordracht van de rechter-commissaris de schuldsaneringsregeling van [verzoeker] beëindigd.
Tegen dit vonnis heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam (nevenvestiging Arnhem).
Na mondelinge behandeling heeft het hof bij arrest van 3 mei 2007 het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A. Hammerstein en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.D.H. Asser op 25 april 2008.