ECLI:NL:HR:2008:BC7257

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 maart 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
43969
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • D.G. van Vliet
  • P.J. van Amersfoort
  • P. Lourens
  • E.N. Punt
  • J.A.C.A. Overgaauw
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 52 AWR
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling bewaarplicht digitale bestelgegevens in belastingaanslag

Belanghebbende kreeg voor het jaar 2002 een aanslag inkomstenbelasting en een boete opgelegd. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur deze besluiten, maar de Rechtbank Leeuwarden verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de aanslag en boete en verminderde de aanslag. Het Hof bevestigde dit oordeel. De Staatssecretaris van Financiën stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad oordeelde dat het oordeel van het Hof dat het niet bewaren van digitale gegevens naast papieren gegevens niet in strijd is met artikel 52 AWR Pro, geen onjuiste rechtsopvatting bevat en niet kan worden getoetst in cassatie. Echter, het oordeel dat detailgegevens van bestellingen geen deel uitmaken van de te bewaren boeken en bescheiden faalt op grond van een eerder arrest van de Hoge Raad (zaak 43966).

Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het Hof, behoudens beslissingen over griffierecht en proceskosten, en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest. De Hoge Raad acht geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling.

Uitspraak

Nr. 43.969
21 maart 2008
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden van 23 februari 2007, nr. 05/00145, betreffende een aan X2 te Z (hierna: belanghebbende) opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de daarbij gegeven boetebeschikking.
1. Het geding in feitelijke instanties
Aan belanghebbende is voor het jaar 2002 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd, alsmede een boete. De aanslag en de boetebeschikking zijn, na daartegen gemaakt bezwaar, bij in één geschrift vervatte uitspraken van de Inspecteur gehandhaafd.
De Rechtbank te Leeuwarden heeft het tegen die uitspraken ingestelde beroep gegrond verklaard, de uitspraken van de Inspecteur vernietigd, de aanslag verminderd en de boetebeschikking vernietigd.
De Inspecteur heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof.
Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
De Staatssecretaris heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.
3. Beoordeling van het middel
3.1. Voor zover het middel een klacht behelst over 's Hofs oordeel dat het niet bewaren van de digitale gegevens inzake de dagontvangsten naast dezelfde gegevens op papier niet in strijd is met het bepaalde in artikel 52 van Pro de AWR, faalt het. Dit oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en kan, als verweven met waarderingen van feitelijke aard, voor het overige in cassatie niet op juistheid worden getoetst. Het is ook niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd.
3.2. Voor zover het middel klachten bevat over 's Hofs oordeel dat de detailgegevens van de bestellingen geen deel uitmaken van de boeken en bescheiden waarvan het tot de eisen van het door belanghebbende geëxploiteerde bedrijf behoort om deze te bewaren, slaagt het op de gronden die zijn vermeld in 5.2.2 van het heden in de aan partijen bekende zaak met nummer 43966 uitgesproken arrest van de Hoge Raad.
3.3. Gelet op het hiervoor in 3.2 overwogene kan 's Hofs uitspraak niet in stand blijven. Verwijzing moet volgen. Het middel behoeft voor het overige geen behandeling.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart het beroep gegrond,
vernietigt de uitspraak van het Hof, behoudens de beslissingen omtrent het griffierecht en de proceskosten, en
verwijst het geding naar het Gerechtshof te Arnhem ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dit arrest.
Dit arrest is gewezen door de vice-president D.G. van Vliet als voorzitter, en de raadsheren P.J. van Amersfoort, P. Lourens, E.N. Punt en J.A.C.A. Overgaauw, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 21 maart 2008.