ECLI:NL:GHARN:2010:BM1564
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof vernietigt naheffingsaanslag omzetbelasting wegens gegronde administratie
Belanghebbende, een vennootschap onder firma die een Chinees restaurant exploiteerde, werd geconfronteerd met een naheffingsaanslag omzetbelasting, boete en heffingsrente over de jaren 2002 tot en met 2004. De Inspecteur stelde dat omzet was verzwegen en de administratie gebrekkig was, mede op basis van kascontroles en waarnemingen ter plaatse.
De Rechtbank had eerder de boetebeschikking verminderd, maar het Gerechtshof Arnhem heeft het hoger beroep behandeld. Het Hof onderzocht de kasadministratie, waarnemingen, en de door de Inspecteur aangevoerde indicaties van omzetverzwijging, zoals negatieve kassaldi en onverklaarde privé-uitgaven.
Het Hof oordeelde dat de kasadministratie niet kon worden verworpen en dat de waarnemingen onvoldoende waren om omzetverzwijging aannemelijk te maken. Ook de aanwezigheid van illegale werknemers in 2004 bood geen grond om de administratie over voorgaande jaren te verwerpen. De naheffingsaanslag, boetebeschikking en heffingsrente werden daarom vernietigd.
De Inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht werd aan belanghebbende vergoed. Beide partijen kregen de mogelijkheid om binnen zes weken cassatieberoep in te stellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het Gerechtshof vernietigt de naheffingsaanslag, boetebeschikking en heffingsrente wegens onvoldoende bewijs van omzetverzwijging.