ECLI:NL:HR:2008:BC7469
Hoge Raad
- Herziening
- G.J.M. Corstens
- W.A.M. van Schendel
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens geldig rijbewijs bij veroordeling rijden zonder rijbewijs
De aanvrager werd door de kantonrechter veroordeeld voor het rijden zonder geldig rijbewijs op 21 april 2002. De aanvraag tot herziening berustte op nieuwe stukken waaruit bleek dat de aanvrager op dat moment wel degelijk een geldig rijbewijs bezat.
De overgelegde documenten, waaronder een rijbewijs afgegeven op 21 juni 2005 en een verklaring van de gemeente 's-Gravenhage, ondersteunen de stelling dat de aanvrager bevoegd was tot het besturen van motorrijtuigen van categorie B sinds 17 juni 1996. Dit leidt tot het ernstige vermoeden dat de kantonrechter, indien hiermee bekend, de aanvrager had vrijgesproken.
De Hoge Raad verklaarde de herzieningsaanvraag gegrond, schortte de tenuitvoerlegging van het vonnis op en verwees de zaak naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor herbehandeling op grond van artikel 467 Sv Pro. De conclusie van de Advocaat-Generaal onderschreef dit oordeel.
De beslissing bevestigt het belang van correcte en volledige bewijsvoering omtrent het bezit van een geldig rijbewijs in strafzaken en waarborgt de rechtspositie van de verdachte door herziening toe te staan bij nieuwe feiten.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond en verwijst de zaak voor herbehandeling naar het gerechtshof.