ECLI:NL:PHR:2008:BC7469
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens persoonsverwisseling bij veroordeling rijden zonder geldig rijbewijs
De aanvrager is veroordeeld voor het rijden zonder geldig rijbewijs op 21 april 2002. De veroordeling berust op een persoonsverwisseling waarbij niet de aanvrager, maar zijn broer het feit zou hebben begaan. Uit de stukken blijkt dat aanvrager sinds 1996 over een geldig rijbewijs beschikte, wat door de politie en rechtbank niet juist werd vastgesteld door verwarring in persoonsgegevens en adresgegevens.
De politie vernam bij de aanhouding verkeerde persoonsgegevens, deels afkomstig van de broer, wat leidde tot een veroordeling van aanvrager bij verstek. De aanvrager werd pas later van deze veroordeling op de hoogte gesteld. De Hoge Raad constateert dat de verwarring in persoonsgegevens en de onjuiste registratie bij de RDW (waarbij aanvragers geboortedatum als 99/99/1974 was geregistreerd) hebben geleid tot een onterechte veroordeling.
De Hoge Raad oordeelt dat de inhoud van de stukken een ernstig vermoeden oplevert dat de kantonrechter, indien bekend met het bezit van een geldig rijbewijs door aanvrager, tot vrijspraak zou zijn gekomen. Daarom verklaart de Hoge Raad de herzieningsaanvraag gegrond, schorst zo nodig de tenuitvoerlegging van het vonnis en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof voor hernieuwde behandeling.
Uitkomst: Herzieningsverzoek gegrond verklaard en zaak verwezen naar gerechtshof voor nieuwe behandeling.