ECLI:NL:HR:2008:BC7938
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ontslag van rechtsvervolging wegens noodtoestand bij medicinale cannabisteelt
In deze strafzaak stond de teelt van circa 40-49 hennepplanten door de verdachte centraal, die samen met haar echtgenoot, een MS-patiënt, handelde. De verdachte werd verdacht van medeplegen van het telen en verwerken van hennep in strijd met artikel 3 van Pro de Opiumwet. De verdediging voerde aan dat sprake was van noodtoestand, omdat de echtgenoot baat had bij zelfgekweekte cannabis die niet via reguliere apotheken verkrijgbaar was.
Het hof onderzocht uitgebreid de medische situatie van de echtgenoot, de werking van verschillende cannabisvariëteiten en de beperkingen van de wettelijke ontheffingsregeling. Deskundigen bevestigden dat de zelfgekweekte cannabis een bijzondere positieve werking had en dat reguliere medicinale cannabisvarianten onvoldoende effectief waren. Het hof oordeelde dat het maatschappelijk belang bij handhaving van de Opiumwet in dit specifieke geval moest wijken voor het belang van het bestrijden van het lijden van de MS-patiënt.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en stelde dat een beroep op noodtoestand in uitzonderlijke gevallen gerechtvaardigd kan zijn, ook als de verdachte geen ontheffing heeft en deze niet kan verkrijgen. De klachten van het Openbaar Ministerie werden verworpen en het beroep in cassatie werd afgewezen. De verdachte werd definitief ontslagen van alle rechtsvervolging.
Uitkomst: De verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging wegens noodtoestand bij het telen van cannabis voor medicinale toepassing.