ECLI:NL:HR:2008:BC8416

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 mei 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C06/342HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt aansprakelijkheid bestuurder voor tekort in faillissementen Advideo-groep

De curator van de failliete vennootschappen binnen de Advideo-groep vordert betaling van het tekort in de faillissementen van de bestuurder, die deze vordering betwist. De rechtbank veroordeelt de bestuurder tot betaling van het tekort en wettelijke rente, waarna het hof het vonnis grotendeels bekrachtigt, met uitzondering van het deel betreffende Vid-Films.

De bestuurder stelt beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad overweegt dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie en dat gezien artikel 81 RO Pro geen nadere motivering vereist is. De Hoge Raad bevestigt daarmee de aansprakelijkheid van de bestuurder wegens kennelijk onbehoorlijke taakvervulling, waaronder niet-nakoming van de boekhoudverplichting.

De Hoge Raad veroordeelt de bestuurder in de kosten van het cassatiegeding en wijst het beroep af. Hiermee wordt de aansprakelijkheid van de bestuurder voor het tekort in de faillissementen definitief vastgesteld.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de aansprakelijkheid van de bestuurder voor het tekort in de faillissementen.

Uitspraak

16 mei 2008
Eerste Kamer
Nr. C06/342HR
RM/AG
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. J. Groen,
t e g e n
Mr. Antonie VAN HEES, kantoorhoudende te Amsterdam, in zijn hoedanigheid van curator in de faillissementen van Advideo Benelux B.V., Addistri Nederland B.V., Adsales Nederland B.V., Stichting Administratiekantoor Irevo Holding, Vid-Films B.V., Ad Trade Nederland B.V.,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. K.G.W. van Oven.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de curator.
1. Het geding in feitelijke instanties
De curator heeft bij exploot van 25 februari 1994 [eiser] gedagvaard voor de rechtbank te Amsterdam.
Na wijziging van eis heeft de curator gevorderd [eiser] te veroordelen tot betaling van een bedrag gelijk aan het tekort in de faillissementen van Advideo Benelux B.V., Addistri Nederland B.V., Adsales Nederland B.V., Stichting Administratiekantoor Irevo Holding, Vid-Films B.V., Ad Trade Nederland B.V. (hierna gezamenlijk te noemen: de Advideo-groep) en tot betaling van ƒ 510.780,80 (€ 231.782,22) en ƒ 198.487,66 (€ 90.074,31), te vermeerderen met wettelijke rente.
[Eiser] heeft de vordering bestreden.
De rechtbank heeft, na bij tussenvonnis van 16 februari 2000 [eiser] tot bewijslevering te hebben toegelaten, bij eindvonnis van 5 juni 2002 [eiser] veroordeeld, (a) tot betaling aan de curator van het bedrag van de schulden in het faillissement van de Advideo-groep voor zover deze niet door vereffening van de overige baten kunnen worden voldaan, op te maken bij staat, en te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 2 juli 1997, alsmede (b) tot betaling van € 231.782,22, te vermeerderen met wettelijke rente. Het meer of anders gevorderde heeft de rechtbank afgewezen.
Tegen beide vonnissen heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Bij arrest van 8 juni 2006 heeft het hof het vonnis van de rechtbank van 5 juni 2002 vernietigd, doch slechts voor zover [eiser] daarin is veroordeeld tot betaling aan de curator van het bedrag van de schulden in het faillissement van Vid-Films. Voor het overige heeft het hof de vonnissen waarvan beroep bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De curator heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat en voor de curator door mr. H.N. Schelhaas, advocaat te Amsterdam.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 10 april 2008 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op € 5905,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, E.J. Numann, A. Hammerstein en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 16 mei 2008.