ECLI:NL:HR:2008:BC8446

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 april 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/00305HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 Wet BopzArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep tegen voorlopige machtiging opname psychiatrisch ziekenhuis

De officier van justitie verzocht de rechtbank te 's-Gravenhage om een voorlopige machtiging te verlenen voor opname en verblijf van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis. De rechtbank verleende deze machtiging bij beschikking van 19 oktober 2007. Betrokkene stelde hiertegen beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld aan de hand van de toepasselijke wettelijke voorschriften, waaronder artikel 8 van Pro de Wet Bopz en artikel 81 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering. De klachten van betrokkene konden niet leiden tot cassatie, mede omdat deze geen rechtsvragen bevatten die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De conclusie van de Advocaat-Generaal was gericht op verwerping van het cassatieberoep, waarop betrokkene schriftelijk heeft gereageerd. Uiteindelijk heeft de Hoge Raad het beroep verworpen en de beschikking van de rechtbank gehandhaafd.

De uitspraak bevestigt de zorgvuldigheid die vereist is bij het verlenen van voorlopige machtigingen en benadrukt het belang van een goede motivering en het horen van betrokkene volgens de Wet Bopz.

Uitkomst: Het cassatieberoep van betrokkene tegen de voorlopige machtiging tot opname in een psychiatrisch ziekenhuis wordt verworpen.

Uitspraak

4 april 2008
Eerste Kamer
Rek.nr. 08/00305HR
IV/AG
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. G.E.M. Later,
t e g e n
de Officier van Justitie in het arrondissement 's-Gravenhage,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de officier van justitie en betrokkene.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 26 juli 2007 ter griffie van de rechtbank te 's-Gravenhage ingekomen verzoekschrift heeft de officier van justitie in het arrondissement 's-Gravenhage zich gewend tot die rechtbank en verzocht een voorlopige machtiging te verlenen tot het doen opnemen en doen verblijven van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis.
De rechtbank heeft bij beschikking van 19 oktober 2007 de machtiging verleend.
De beschikking van de rechtbank is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van de rechtbank heeft betrokkene beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De officier van justitie is niet verschenen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van betrokkene heeft bij brief van 19 februari 2008 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 4 april 2008.