ECLI:NL:HR:2008:BC8590
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt beroep in cassatie tegen uitlevering aan Verenigde Staten wegens zedenmisdrijven
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een uitspraak van de Rechtbank te Breda inzake een uitleveringsverzoek van de Verenigde Staten van Amerika aan een opgeëiste persoon verdacht van zedenmisdrijven.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie beoordeeld en geconcludeerd dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden. Daarbij is onder meer aandacht besteed aan het vermoeden van schuld, de volledigheid van het strafdossier, het specialiteitsbeginsel, het gebruik van een leugendetector in de VS en het beroep op humanitaire redenen.
De Hoge Raad oordeelde dat geen gronden aanwezig zijn om de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen en dat de aangevoerde middelen geen rechtsvragen opriepen die beantwoording behoefden in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom is het cassatieberoep verworpen en blijft de uitleveringsuitspraak in stand. Het arrest is gewezen door de vice-president en vier raadsheren op 1 april 2008.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de uitleveringsuitspraak aan de Verenigde Staten.