ECLI:NL:HR:2008:BC8590

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 april 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/12873 U
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt beroep in cassatie tegen uitlevering aan Verenigde Staten wegens zedenmisdrijven

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een uitspraak van de Rechtbank te Breda inzake een uitleveringsverzoek van de Verenigde Staten van Amerika aan een opgeëiste persoon verdacht van zedenmisdrijven.

De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie beoordeeld en geconcludeerd dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden. Daarbij is onder meer aandacht besteed aan het vermoeden van schuld, de volledigheid van het strafdossier, het specialiteitsbeginsel, het gebruik van een leugendetector in de VS en het beroep op humanitaire redenen.

De Hoge Raad oordeelde dat geen gronden aanwezig zijn om de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen en dat de aangevoerde middelen geen rechtsvragen opriepen die beantwoording behoefden in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Daarom is het cassatieberoep verworpen en blijft de uitleveringsuitspraak in stand. Het arrest is gewezen door de vice-president en vier raadsheren op 1 april 2008.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de uitleveringsuitspraak aan de Verenigde Staten.

Uitspraak

1 april 2008
Strafkamer
nr. 07/12873 U
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Rechtbank te Breda van 25 oktober 2007, nummer IRC 2006041539, op een verzoek van de Verenigde Staten van Amerika tot uitlevering van:
[de opgeëiste persoon], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1959, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
1.1. Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft mr. A.M.C.J. Baaijens, advocaat te Utrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De middelen zijn bij pleidooi toegelicht.
De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
1.2. De Hoge Raad heeft kennisgenomen van het schriftelijk commentaar van de raadsman op de conclusie van de Advocaat-Generaal.
2. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dat behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Slotsom
Nu geen van de middelen tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst, B.C. de Savornin Lohman, W.A.M. van Schendel en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 1 april 2008.