ECLI:NL:HR:2008:BC8654
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt beroepsmatig handelen bij stelselmatige softdrugsverkoop vanuit woning
De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte die samen met anderen vanuit de woning van zijn ouders softdrugs verkocht aan diverse jongeren. Het hof had de verdachte veroordeeld voor medeplegen van het handelen in strijd met de Opiumwet in de uitoefening van een beroep of bedrijf. De verdediging voerde aan dat het stelselmatig verkopen van kleine hoeveelheden hennep niet zonder meer beroeps- of bedrijfsmatig handelen impliceert, en betoogde dat de omzet en tijdsbesteding te gering waren om van een beroep of bedrijf te spreken.
Het hof oordeelde dat de verkoop vanuit de woning als een coffeeshop functioneerde en daarmee sprake was van geregelde en stelselmatige verkoop, wat kwalificeert als beroeps- of bedrijfsmatig handelen in de zin van art. 11 lid 3 Opiumwet Pro. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en stelde dat de termen 'beroep of bedrijf' geen keuzevrijheid voor de strafrechter inhouden, maar een juridische kwalificatie vormen die in deze context passend is.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en handhaafde de veroordeling tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraf. De uitspraak benadrukt dat stelselmatige verkoop van softdrugs vanuit een woning kan worden aangemerkt als beroeps- of bedrijfsmatig handelen, ook bij relatief beperkte omzet en tijdsbesteding.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte voor beroepsmatig handelen in strijd met de Opiumwet met een voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraf.