ECLI:NL:HR:2008:BC8965
Hoge Raad
- Cassatie
- P.C. Kop
- O. de Savornin Lohman
- W.D.H. Asser
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewijsaanbod en passeren daarvan in civiele procedure
In deze civiele zaak heeft verweerder eiser gedagvaard wegens onrechtmatig handelen. De rechtbank Zutphen wees de gevorderde verklaring voor recht toe, welke beslissing door het hof Arnhem werd bekrachtigd met verbetering van gronden. Eiser stelde vervolgens cassatieberoep in tegen het arrest van het hof.
De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten in het cassatiemiddel niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering is nadere motivering niet nodig omdat de klachten geen rechtsvragen oproepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt eiser in de kosten van het geding in cassatie, welke aan de zijde van verweerder nihil worden begroot. Het arrest is gewezen door de raadsheren Kop, de Savornin Lohman, Asser en in het openbaar uitgesproken door Hammerstein op 23 mei 2008.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.